Sapkuur – dag 3

Het sappen gaat heel goed tot nu toe. Eigenlijk voel ik me niet zo verschillend van andere dagen, behalve dat ik alle wilskracht van de wereld moet aanhalen om niet in de kast te duiken achter een paar koeken of een stuk chocolade en ik aldoor maar denk aan wat voor lekkers (gezond weliswaar!) ik volgende week zal gaan klaarmaken. Maar ik heb geen last van hoofdpijn, misselijkheid, moeheid, en nee, ik heb zelfs geen honger, alleen maar heel veel zin in eten! Mijn buik rammelt er wel op los, maar dat lijkt me wel een goed teken: is ze eindelijk een beetje aan het legen. Het enige probleempje dat ik heb is een vreselijk droge mond, de hele tijd, hoeveel ik ook drink. En ik drink véél. Iedere keer ik op het punt sta overvallen te worden door een eetbui, drink ik sapjes en daarnaast nog heel veel water.
De sapjes liggen me wel niet zo: gisteren wortelsap, en ik moet zeggen: ‘t is niet helemaal mijn ding. Vandaag ben ik aan de fruitsapjes gegaan. Momenteel bezig aan een flesje “mango”, en hoewel de structuur van dat sapje maar heel bizar is, kan dat me wel smaken. Ik weet niet of ik het goed doe eigenlijk: ik drink gewoon allerlei sapjes waar “bio” opstaat, en ik pers mijn sinaasappelsap vers, maar voor de rest, ‘t is dat niet dat ik speciale sapjes drink of alles zelf maak. Ik hoop dat dat niet te veel doet aan het effect, maar zoals ik zei op dit moment voel ik me helemaal nog niet anders: ik heb nog steeds het opgeblazen gevoel dat ik heb sinds de examens, sinds ik me volpropte en volpropte met eten, zonder eigenlijk honger te hebben… Ben benieuwd of dit nog zal veranderen de komende vier dagen…

Sapkuur – dag 1

Vanaf vandaag begin ik met een sapkuur. Een week lang niets eten, enkel sapjes en water drinken. De examens doen me nooit veel goed: al die ongezonde dingen als chips, chocolade en veel te veel koekjes zorgen ervoor dat ik niet alleen heel wat kilootjes bij kom, maar me ook veel ongezonder ga voelen. In het eerste jaar is het op een moment eens zo ver gekomen dat ik twee weken lang geen hap door mijn keel kreeg – en ik denk te weten dat dat lag aan al die ongezonde eetgewoontes. Maar zo ver laat ik het dit keer niet komen. Een grondige reiniging van heel mijn lichaam en daarna een nieuwe start: weg met wekelijks twee zakken chips, veel te veel chocolade en het overslagen van het ontbijt. Lilaea gaat de gezonde toer op!

Maar eerst dus de sapkuur. Tijd om zelf mijn sapjes te persen heb ik helaas niet – laat staan dat ik effectief kàn werken met zo’n persmachiending. Nee, de echte verse dingen zullen beperkt blijven tot appelsien- en pompelmoessap. Al de rest komt uit de biowinkel en ik hoop dat het een beetje lekker zal zijn. Ik weet niet of ik het zal kunne volhouden – ik eet echt veel te graag – maar ik ga het toch proberen. Het is echt eens nodig. En laat ons hopen dat de bijverschijnselen a là gigantische hoofdpijn en trillende benen mij een beetje gespaard zullen blijven!

Reünie!

Gisteren was het zover, na veel over en’t weer facebooken en mailen, hadden we de datum voor onze reünie op gisteren geplakt. Uiteindelijk waren we met zes van de acht uit ons oorspronkelijk groepje – een goed resultaat toch. Eén meisje kon niet komen en met Mini hebben Chiquita en ik blijkbaar ruzie. Toen ik haar een mail stuurde om te vragen of ze vanavond mee kwam, kreeg ik een kort antwoord: “Jullie zijn blijkbaar naar het herfstrestaurant geweest zonder mij ook maar ièts te vragen, dus nee, ik ga niet mee, ik weet hiermee genoeg.” Dat zij ook eens initiatief had mogen nemen om af te spreken, noch het besef dat ze zich voordien volledig misgedragen had bij ons laatste uitje, kwam niet in haar op. Niet dat we haar missen, eigenlijk, ze zorgde de laatste tijd toch meer voor een domper op de sfeer dan voor een plezierige bijdrage.

Terug naar de reünie. Toen Chiquita en ik het café binnenwandelen waar we hadden afgesproken stonden de drie meisjes met wie ik in het middelbaar het best opschoot ons al op te wachten aan de deur. We wachtten nog op de vierde, en gingen dan aan een tafeltje zitten. Chiquita tegenover me, zodat we elkaar af en toe een grappige blik konden toewerpen op vreemdere momenten. Want ja, het was best wel vreemd allemaal, en wennen. Het meisje – mijn toenmalige beste vriendin – uit het middelbaar die vroeger de flapuit was, was volledig getemperd en je moest er verhalen en weetjes uitsleuren. We hoorden een beetje over de chiro en over ‘t school, maar zelfs haar liefje kwam bijna niet ter sprake. Een ander meisje, het liefste meisje uit het middelbaar, was geen haar veranderd: nog altijd even lief en even stil en vriendelijk. Ze werkt nu al drie jaar en heeft er geen moment spijt van. Dan het meisje dat ik al het langst van al ken, maar die door allerlei omstandigheden op het middelbaar volledig veranderd was in iemand waarmee ik niet zo goed kon opschieten, woont intussen samen met haar vriendje, is wonderbaarlijk in haar derde jaar geraakt en vertrekt volgende week naar Equador. Tot slot hadden we nog het laatste meisje, met wie Chiquita eigenlijk meer bevriend was dan ik en die veranderd was van een stillertje naar een grote flapuit waar je de hele avond lang geen speld tussen kreeg. Maar dat was goed, om die eigenaardige stiltes op te vullen.

Het is raar, beseffen dat je zo uiteengroeid bent van mensen met wie je vroeger al je lief en leed deelde. Het voelt als een muur die staat tussen jou en die andere mensen. Je hoort niet meer in elkaars leven. Jij verteld niet meer wat er in jouw leven gaande is, zij niet meer wat in het hunne. Een vreemde situatie. Maar uiteindelijk brak het ijs toch en konden we praten en herinneringen ophalen aan het terorriseren van de LO-leerkracht, onze dagelijkse seriediscussies bij het naar school fietsen en de hatelijke zwem- en danslessen.

Ik kan niet zeggen dat ik hen echt mis, of gemist heb. Ik vind hen nog altijd leuk, maar zoals ik zei: we zijn zo anders nu, we hebben zo’n verschillend leven, allemaal. Ik wil hen graag terugzien en ja, ik mis het middelbaar wel weer een beetje als ik aan hen denk en aan onze leuke momenten samen, maar het is voorbij en daar zal ik me moeten bij neerleggen.

Het leven gaat veel te snel.

Mijn dansfobie

In Oostende was het weer van dat: net als in Berlijn werd er op de laatste dag zo’n schoolfuifje georganiseerd in het hotel, waar heel het jaar eens lekker uit zijn dak zou gaan op die vreselijke muziek en zich zo zat zou drinken dat je serieus mag twijfelen of de verhalen die achteraf verteld worden toevallig wel eens waar zouden kunnen zijn. De volgende dag staat iedereen uiteraard op met een houten kop, sommige met herinneringen die ze liever niet hadden en anderen helemaal zonder herinneringen.
Dat is dus weer het scenario waaraan ik me zou mogen verwachten en waar ik niet – ik herhaal, niet – naar uitkeek. Fuiven, dancings, luide boenkmuziek waar iedereen beweegt op een ritme dat iedereen behalve ik lijk aan te voelen. Te veel drank, te veel geflirt, te veel zweet en geplak. Soms te weinig plaats, soms te veel.

Mijn casegroep kreeg me uiteindelijk overtuigd: ik zou eventjes mijn kop binnensteken. Om twaalf uur strompelden de meesten onder ons al naar beneden en ik betreedde met een bang hartje de zaal. Het werd een hel. Normaal gezien heb ik toch iéts van voeling met de muziek, al is het maar miniem, zodat ik mijn hoofd wat op en neer kan bewegen en mijn knieën wat kan buigen. Daar stopt het in het normale geval. Maar wat ik nu hoorde, ik had geen idee wat ik moest doen. Iedereen stond uitbundig met zijn kont te zwaaien en rare bewegingen te maken die ik nog nooit eerder had gezien. Ik, ik bevroor. Ik voelde geen enkel ritme, en kwam voor een half uur niet van mijn ene tegel. Ik probeerde de hoofdbeweging, maar het ging niet. Tranen welden op in mijn ogen, mijn hart ging sneller bonken, angstzweet brak me uit. Bang voor een paniekaanval, besloot ik me stiekem uit de voeten te maken. Ik sloop weg – iedereen zou wel denken dat ik naar de wc ging. Ik wandelde naar mijn kamer, dankbaar dat ik niet werd tegengehouden. Toen ik boven kwam stuurde ik een berichtje naar mijn vrienden beneden: “Ik ben al weg, let maar niet op mij, amuseer jullie daar nog!”

Hoe graag zou ik niet eens willen dansen? Heupwiegen zoals al die andere meisjes. Meezwalpen met de muziek. De armen in de lucht. Genietend van de klanken, het gevoel, het ritme. Hoe graag zou ik niet eens degene zijn die daar op die dansvloer stond, en waar de mensen bewonderend naar keken, vanwege die prachtige bewegingen met dat lichaam? Of hoe graag zou ik al gewoon eens kunnen mijn voeten en benen bewegen op het ritme van de muziek? Maar ik kan het niet. Hoewel de reactie in Oostende extreem was, breng ik het er nooit echt beter vanaf. Er loopt iets zo grondig mis bij de coördinatie van mijn hersenen – waar ik het ritme wel hoor – naar mijn lichaam, dat ik op bepaalde momenten gewoon bevries.

Als ik tegen mensen zeg dat ik niet kan dansen, zegt iedereen “Maar ik ook niet.” Hoe hard ik hen ook probeer te overtuigen van het tegendeel, iedereen blijft volhouden dat iedereen kan dansen. Tot ze mij zien op de dansvloer. Tot ik vertel wat een paniekgevoel zo’n feestje mij geeft. Dansen, fuiven is één van de ergste dingen die men mij kan aandoen. Maar tegelijk is het ook één van de dingen die ik zo graag eens zou doen. Eens zou kunnen. Net als iedereen.

Puntendag!

Oh ja, een mens zou nog bijna vergeten dat er ook nog zoiets bestaat als school, examens en rapporten. Ik ben best trots op mezelf dat ik mijn driejaarlijkse klaag- en zaagpartijtje over de examens dit keer heb kunnen beperken tot slechts één berichtje op deze blog. Een berichtje dat trouwens best mooi samenvat hoe mijn blok- en examenperiode eruit zag. Kort, niet al te stresserend, en bijgevolg met nogal weinig concentratievermogen.

Vijf examens had ik. Mijn computerexamen ging uiteraard weer schitterend – “oh, dat zou wel eens de achttien kunnen overschrijden,” zei mijn leerkracht toen ze mijn werk zag bij het onderdeel photoshop. Bij grafische communicatie kwamen de antwoorden op de vragen als een stortvloed naar buiten, geen enkel detail overgeslagen. De talen waren uiteraard een ander paar mouwen, hoewel ik op een gegeven moment zelfs plezier schepte in het babbeltje met de leerkracht engels over Harry Potter – ik wed dat ze nog nooit zo’n enthousiaste boekbespreking had. Frans eindigde weer in een volledige tranenbui en een hysterisch telefoontje naar de mama, maar uiteindelijk zou de schade ook daar best beperkt blijken.

En nu tijd voor tromgeroffel. Vrijdag was de dag van de waarheid, en er was eigenlijk geen enkel gevoel van nervositeit bij me te bespeuren – de case maalde nog iets te veel door mijn gedachten. Ik had – zoals steeds - aangenomen dat de talen wel weer een catastrofe zouden zijn geworden en dat ik mijn jaarlijkse opvulling van de zomerperiode ook dit jaar niet zou mislopen. Over de twee andere maakte ik me in de verste verte gaan zorgen. Bleek ik uiteindelijk weer veel te pessimistisch ingesteld – ja, ik weet het, dat horen we ook iedere examenperiode opnieuw. Erdoor op: alles, behalve – u mag één keer raden – frans. Een negen. Het mooiste cijfer dat ik voor frans kan krijgen – lekker delibereerbaar. En dat houdt dus in dat ik voor de eerste keer in mijn carrière in het hoger onderwijs, nog geen herexamen aan mijn been heb in januari. En laat ons dat zo houden, denk ik dan zo!

Als een gewone dag

Een dag waarop een klein stukje van je leven veranderd, begint altijd als een gewone dag. Je wordt wakker en je staat op. Je poetst je tanden en kamt je haar. Je vertrekt naar school, leert, studeert en werkt en luncht onder de middag met je klasgenoten. Je gaat naar huis. En dat is het punt waarop er een heleboel dingen kunnen veranderen op één dag.

Een geheim kan uitlekken, een oude bekende kan weer opduiken, een vriendschap kan een nieuwe wending nemen. Allemaal op één dag. Een dag waarop een klein stukje van je leven veranderd.

Ik startte mijn computer op en de oude bekende begon tegen me. Een jongen. Uit het middelbaar. Een onbetrouwbare, nonchalante, vreemde jongen die in het middelbaar niks anders met me deed dan flirten, complimentjes geven op mijn “schoon ogen” en me lastig vallen. Die jongen begon weer tegen me. Hij vroeg of ik met hem uit wou. “Nee, liever niet,” antwoordde ik. Een moment waarop mijn leven veranderde. Geen omwegen, geen leugens, geen smoezen, de waarheid. Cru en direct. Een angst overwonnen, een keuze gemaakt.

Ik opende mijn mailbox en er zat een mailtje in. Een mailtje dat je wereld op zijn kop zet, een mailtje waarmee je geen raad weet, een mailtje waarover je moet praten. Met je zus, met je beste vriendin. Het moment waarop je aan deze twee mensen je grootste geheim verklapt: je blog. Niemand wist ervan, behalve hij. En nu zij. Met een belofte het nooit voor’t te vertellen. Want dit is mijn geheim. Nu ons geheim.

Ik praatte met mijn beste vriendin. Want dat is ze weer. Dat zijn wé weer. We praten over mijn hem en haar hem en over relaties en over relatieproblemen. Zoals we nooit eerder deden. Een hart luchten, een grens overschrijden, die we nooit eerder overschreden. Uitrazen bij elkaar, elkaar bijstaan en raad geven. Vriendin zijn. Zoals we ze nooit waren.

Een dag waarop iets verandert, begint als een gewone dag. Je staat op, je poetst je tanden en je opent je mailbox.

Een mailtje

“Ben je eigenlijk gelukkig nu?”

Eén zin stond er in het mailtje van hem dat ik woensdag ontving. Ben ik gelukkig nu? Mijn hele hart schreeuwt JA! Ik ben gelukkig. Maar was dat het antwoord dat hij van me verwachtte? Wat wilde hij weten? Waarom stuurde hij me dit? Honderden vragen, een krop in de maag. Toen we nog samen waren, wist hij al perfect zijn moment te kiezen. Was ik verdrietig, was hij lief voor me – nog voor hij wist dat ik verdrietig was, al waren er honderden kilometers dus ons. Als ik boos op hem was omdat hij niets van zich liet horen, kreeg ik ineens hopen berichtjes – nog voor ik iets had gezegd. En nu ik een berichtje post over hoe gelukkig ik ben, mailt hij me met de vraag: “Ben je eigenlijk gelukkig nu?”

Ik stuurde een mailtje terug: dat ik niet wist wat hij wou als antwoord op die vraag, dat ik niet meer gelukkig was geweest op het einde van onze relatie en dat ik in dat opzicht inderdaad gelukkiger ben dan toen. Ik vroeg hoe het met hem ging.

Het antwoord kwetste me. Tot op het bot. Hij had het moeilijk met niet weten wat er in mijn leven gaande was. Hij vroeg steeds aan onze gezamenlijke vriendin hoe het met me ging en na een tijdje begon hij zelfs mijn blog weer te lezen… Het ene dat ik hem net zo had gevraagd niet te doen. Mijn blog is alles voor me in moeilijke tijden: ze is mijn therapeut, mijn vriendin, mijn verlossing. Weten dat hij meelas, had me niet zo laten schrijven als ik deed. Al die twijfels, al die woorden over hem. Ik dacht echt dat hij begreep wat deze blog voor me betekent, dat hij slim genoeg zou zijn om hier niet meer te komen lezen, niet alleen voor mij, maar ook voor zichzelf. Ik was dus fout.
Toen las hij een berichtje dat ik geschreven had en meteen daarna weer verwijdert had. Over mijn flirtfase met enkele jongens enkele weken nadat we uit elkaar gingen… Ik voelde me er schuldig over – over wat ik had gedaan, over wat ik had geschreven, over wat ik dacht – en verwijderde het weer. Maar hij las het. En dat was het moment waarop hij stopte met deze blog lezen. Ik vervangde het berichtje door een ander berichtje, maar dat las hij niet meer. “Ik begon mij voor te stellen dat ik vroeg of laat zou lezen dat je iemand anders gevonden had en ik wist niet hoe ik op dat soort nieuwtje zou reageren.”
En hoe het met hem ging? Niet goed, maar ooit zou hij er wel over raken zei hij.

Ik stuurde terug: dat ik teleurgesteld was dat hij toch had gelezen, ik legde het uit van die jongens, ik verklaarde wat deze blog voor me betekent, ik vertelde hem over hoe moeilijk ook ik het heb gehad en ik zei hem dat ik altijd hier voor hem zou zijn als hij wil praten.

Het ging zo goed met me. Zo goed. Te goed.

Hoogtes en laagtes

Weet je… Ik heb een gevoel. Ik heb zo’n gelukkig gevoel. Gelukkig. Ja, dat ben ik, denk ik. Een lach, steeds op mijn gezicht. Zonlicht in mijn hart. Heldere gedachten. Mooie dromen. Stralende toekomst binnen handbereik.
En angst. Angst dat dit weer tijdelijk is. Angst dat na hoogtepunten inderdaad weer de diepe dalen komen. Ik wil voelen wat ik nu voel. Voor altijd. Ik wil gelukkig zijn. Zo gelukkig als ik nu ben. Maar hoelang zal het duren?

Oostende!

Wanneer dit berichtje verschijnt, zit ik voor drie daagjes in Oostende. Een schooluitstapje, “ter bevordering van de sfeer in de casegroep” en om “in een onstpannen omgeving ons communicatie-advies uit te werken”.

Even wat achtergrond: onze casegroep bestaat uit elf man, zeer veel dus. Het heeft veel voeten in de aarde gehad om daarmee te leren omgaan, om te leren samenwerken, maar daar zijn we uiteindelijk glansrijk in geslaagd. Ik denk dat we één van de enige casegroepen zijn die zo goed met elkaar opschieten, er heerst een leuke sfeer tijdens het werk en we organiseren zelfs feestjes met elkaar, tot grote jaloezie van de andere klasgenoten. We zijn gegroeid van een casegroep naar zoiets als “bevriende collega’s”. Alles ging goed, tot we de peer assessment moesten invullen. Uiteraard moet je daar eerlijk in zijn en nu zal het feit dat drie mensen die minder goed hun best doen en daar slechte punten voor kregen, waarschijnlijk de sfeer een beetje verpesten.

Daarbovenop werden we vanaf deze week opgesplitst in twee groepen: concurrerende communicatiebureau’s zijn we geworden. Ik zit in een fantastische groep, met de mensen met wie ik het best opschiet, de hardste werkers, de creatievelingen, de sfeermakers. De andere groep bevat ook nog drie van de mensen met wie ik fantastisch opschiet … en, de drie “minder goeden”. Tegen de tijd dat dit berichtje verschijnt, zal uitgewezen hebben wat daar het effect van zal zijn, maar op dit moment ziet dat er niet al te positief uit.

Maar we gaan er het beste van maken. In mijn groepje heerst er een positieve sfeer, we zitten op een appartementje met uitzicht op de zee, we beginnen aan het leukste stuk van de case, er is een zwembad en een sauna ter onzer beschikking… Blijkbaar is het tegenwoordig de gewoonte bij mijn leeftijdsgenoten om enkel maar te klagen en te zagen als ze drie daagjes van huis moeten voor school, drie daagjes niet bij Het Lief kunnen zijn. Maar ik kijk er niet tegen op, nee. Ik ben positief!

Zwemparadijs

Gisteren ben ik gaan zwemmen in Hengelhoef (zwemparadijs in de Limburg) met Chiquita en haar lief. Een hele planning ging daaraan vooraf: wanneer kwam het het best uit voor ons twee, met wie gingen we gaan, wie zou rijden? Uiteindelijk zouden we gaan met een groepje van zes: Chiquita en lief, R. ik en ik had voor de gelegenheid – omdat Thé volgende week voor drie maanden naar Finland vertrekt én ze in de buurt van Hengelhoef  woont – haar ook uitgenodigd en zij zou dan weer haar lief nog meebrengen. Bijna al mijn vriendjes samen zeg! Uiteraard moest dat mislopen… R. viel ziek, Thé moest nog last-minute inkopen doen voor haar vertrek naar het hoge noorden en zou pas later komen. Uiteindelijk zijn we haar helemaal niet meer tegengekomen.
Het wie-zou-rijden verhaal is echter nog een ander geval geweest: eerst zou Chiquita rijden; heeft al meer dan een jaar haar rijbewijs en kon de auto van haar broer lenen. Plots vond haar mama haar nog niet klaar om op de autostrade te rijden, dus dat werd afgelast. Chiquita’s lief is een pak ouder en heeft al jaren zijn rijbewijs, maar die had dan weer geen auto, de zijne ligt half in puin. En toen schoot ik dus nog over. Ik mocht ook niet van de mama en de papa, maar uiteindelijk heeft mama dan woensdag met mij wat in hartje Brussel gaan rijden, heb ik het er daar miraculeus zou goed van afgebracht dat ze uiteindelijk me toch wel “klaar” bevonden om zo’n lange tocht op de autostrade te ondernemen – en gelijk hadden ze, ik heb dat heel goed gedaan, al zeg ik het zelf!

Uiteindelijk was ik dus chauffeur van dienst, met enkel Chiquita en haar lief in mijn kielsoog. En dat viel wonderbaarlijk genoeg nog goed mee ook! Ok, het is wel wennen om die beste vriendin van jou te delen met zo’n aanhangsel, en ik vind hem nog steeds een beetje te veel dikke nek naar mijn goesting, maar ik kan met hem om, ik heb wel plezier gemaakt, zoveel gelachen en gebabbeld dat we zelfs onze afslagen misten! We hebben in de golven gespeeld en gedreven, in het Turks stoombad gerelaxed, gebubbeld in het bubbelbad, op de kinderglijbaantjes geweest, eventjes in het buitenzwembad gezwommen – maar dat was te koud voor Chiquita en we waren al snel terug binnen - en vooral veel van de Razende Rivier (wildwaterglijbaan, jipie!) gegaan. We hebben er een hele boel blauwe plekken aan over gehouden en Chiquita haar voeten lagen gans open, maar’t was het waard.

Na drie uur dat alles doen waren we doodmoe en hadden we zo’n zin in frietjes, dat we maar weer de lange tocht van anderhalf uur naar huis aanvatten en daar naar mijn lievelingsfrietkot trokken. Onderweg begaf de GPS het ook nog (dat mocht ik dan ook weer nadien gaan uitleggen aan mijn ouders…) en kreeg Chiquita de opgave om de wegaanduidingen héél goed op te volgen en ik concentreerde me op de baan. Team work! En nog goed ook, want we hebben het er fantastisch vanaf gebracht.

’s Avonds viel ik gelukzalig in mijn bedje. De zaligste dagen zijn de dagen waarop je ’s avonds doodmoe in je bed valt, beseffend dat je die dag ten volle – en zo gelukkig – geleefd hebt.

« Oudere berichten